Topsport

Ja

Topsport is rechts.

Het meest sprekend is de huidige staat van het voetbal als topsport: professionele sportclubs (of beter gezegd voetbalbedrijven) die in de eerste plaats winst nastreven, de commercialisering van fans tot consumenten en een wereldkampioenschap in Qatar.1 De sportwereld, die in de eerste plaats de bevordering van de (volks)gezondheid moet dienen, die plezier en gemeenschap moet brengen, heeft zowel aanschouwer als sporter in dienst gesteld van zijn winstbejag — en winstbejag is rechts.

De geschiedenis van topsport leert ons dat het fenomeen haar oorsprong vond in het rechtse. Een ruime eeuw geleden, toen arbeiders gemiddeld 72 uur per week werkten en zich daarna uit ellende bezatten in de kroegen van hun werkgevers, vulde de bezittende klasse haar vrije tijd met golf, paardrijden en tennis — en golf, paardrijden en tennis zijn rechts. Professionele sport ontstond vanuit deze vrijetijdsbesteding van de bourgeoisie — en de bourgeoisie is rechts. Dat de bourgeoisie de professionele sporters leverde is niet gek. Wie had er anders tijd over voor al dat trainen? De arbeidende klasse sportte niet, maar werkte, en buiten werktijden zocht zij rust. Topsport wekte wel de belangstelling van arbeiders, maar alleen als toeschouwers; als consumenten van het schouwspel. Vanaf dat moment zaten arbeiders niet alleen ongezond in de kroeg, maar ook op de sporttribune, waar zij aanschouwers werden van persoonsverheerlijking, chauvinisme en nationalisme — en persoonsverheerlijking, chauvinisme en nationalisme zijn rechts.

Als gevolg van de inspanningen van de vakbeweging verkregen in het begin van de vorige eeuw werkende mensen meer vrije tijd. Sommige arbeiders werden lid van sportverenigingen, die voortkwamen uit de bestaande sportinfrastructuur van de kapitalistische klasse, waar ideeën over de kapitalistische economie en ideeën over sport in elkaar overlopen. Ideeën over hoe je individueel succes bepaalt en hoe je daarvoor moet concurreren met anderen. Om mensen kwantitatief te kunnen vergelijken, moet je kunnen meten. Net als dat je geld nodig hebt om welvaart te kunnen vergelijken, zijn records en puntentellingen nodig om sportende mensen te rangschikken — en mensen rangschikken is rechts.2

Dat in onze maatschappij ideeën over welvaart en over sportrecords eenzelfde logica volgen, zien we ook terug in het gegeven dat men bij beide tellingen eeuwige groei nastreeft — en eeuwige groei is rechts. Een kapitalistische economie moet altijd groeien, anders volgt een recessie. Als iemand op ski’s 253,5 meter ver-springt, dan rusten de concurrenten niet tot er één 253,6 meter heeft gesprongen. Beide eeuwige groeisels zijn onhoudbaar, omdat de natuurlijke grenzen van respectievelijk de aarde en de mens tot in het ongezondste worden opgerekt — en natuurlijke grenzen ongezond oprekken is rechts.

Alhoewel sport ten gunste zou moeten komen van de persoonlijke gezondheid en de volksgezondheid, zijn deze bij topsport buiten het blikveld geraakt. We leven nu in een wereld waarin het woord “sport” zowel mijn hardlooprondje als Max Verstappens Red Bull Racing omvat — en zowel Max Verstappen als Red Bull zijn rechts. We leven in een land waar de discussie over ons landelijke sportbeleid gevoerd wordt over zowel het achterblijven van het aantal gemeentelijke zwembaden op de bevolkingsgroei als naar welk internationale sportevenement de koning zal vliegen om de diplomatieke betrekkingen warm te houden — en de koning is rechts.

Sportbedrijven en regeringen gebruiken topsport dus in de eerste plaats als instrument om de belangen van het kapitaal te behartigen — en de belangen van het kapitaal zijn rechts.

  1. Pete Pattisson, Niamh McIntyre en anderen, “Revealed: 6,500 migrant workers have died in Qatar since World Cup awarded”, The Guardian (2021) <https://www.theguardian.com/global-development/2021/feb/23/revealed-migrant-worker-deaths-qatar-fifa-world-cup-2022>. ↩︎
  2. Julius Deutsch en Gabriel Kuhn (red.), Antifascism, Sports, Sobriety: Forging a Militant Working-Class Culture (Oakland: PM Press 2017). ↩︎

Tags: