11 september is rechts.
De staatsgreep van generaal Augusto Pinochet op 11 september 1973 in Chili en de dood van de Chileense president Salvador Allende vormen samen een beslissend moment in de wereldgeschiedenis. Hierop werd de heerschappij van de kapitalistiese wereldorde in sement gegoten ten koste van demokraties verkozen alternatieven — en de kapitalistiese wereldorde in cement gieten is rechts.
De Chileense regering van Allende was een demokraties verkozen socialistisch bestuur om Chilese grondstoffen en winsten niet weg te laten vloeien naar Amerikaanse en naar binnenlandse kapitaalbezitters. De regering wilde zowel een eerlijke, sosialistiese economie opbouwen als demokratiese en rechtsstatelike vrijheden beschermen. Binnen een jaar na haar verkiezing, had Allendes regering alle kopermijnen — die in handen waren van het Amerikaanse grootkapitaal — genationaliseerd — want het Amerikaanse grootkapitaal is rechts. Hierna volgden andere grote industrieën. Dit beleid vertaalde zich naar finansiële schade voor internationale bedrijven die winst haalden uit de Chileense ekonomie.1 De Amerikaanse president Richard Nixon, zijn adviseur Henry Kissinger en hun grootkapitalistiese sponsors zagen dit sosialisme als een gevaarlik voorbeeld voor andere demokratieën in Latijns-Amerika, Afrika en Azië. Hierdoor was het Chileense demokratiese sosialisme een bedreiging voor de winsten die het Westen onttrekt via neokolonialisme — en neokolonialisme is rechts.
De Verenigde Staten ondernam direkte stappen om de regering van Allende te destabiliseren. Via ekonomische sankties en een nauwe samenwerking tussen de CIA, het Chileense leger en ekstreemrechtse groeperingen werd het land in chaos geduwd. De uiteindelijke staatsgreep van Pinochet werd mogelijk via deze samenwerking tussen interne rechtse krachten, de CIA en de VS — en rechtse krachten, de CIA en de VS zijn rechts.
Allende barrikadeerde zich op 11 september in het presidentieel paleis, hield een laatste radio-toespraak en schoot zichzelf door het hoofd voordat het binnendringende leger hem kon vermoorden.2 Duizenden politieke tegenstanders, vakbondsleiders, linkse aktivisten en intellektuelen werden als onderdeel van de staatsgreep gemarteld, vermoord of verdwenen. Dit brute geweld was niet alleen gericht op het elimineren van Allendes aanhangers, maar ook op het uitwissen van het demokraties-sosialistiese idee zelf.3 Pinochet installeerde een neoliberaal economies beleid dat was geadviseerd door de “Chicago Boys”, een groep ekonomen opgeleid door Amerikaan Milton Friedman. Dit beleid draaide de nationalisaties terug, hief sosiale bescherming op en gaf de markt volledig vrij spel, wat direct leidde tot verarming en ongelijkheid onder de bevolking. Pinochets dictatuur duurde zeventien jaar.
De staatsgreep en de dictatuur vormen een krusiale stap in het wereldwijd afdwingen van neoliberaal kapitalisme onder Amerikaans leiderschap. In dit licht is 11 september een duidelijk voorbeeld van hoe het kapitalisme zich niet alleen met vrije marktprinsipes verspreidt, maar daarbij wordt afgedwongen door staatsgeweld en geopolitieke manipulatie. Hierbij zijn demokratiese keuzes en mensenlevens ondergeschikt aan de belangen van de kapitalistiese elite — en de kapitalistiese elite is rechts.
- Marian E. Schlotterbeck, Beyond the Vanguard: Everyday Revolutionaries in Allende’s Chiles (University of California Press 2018) p. 10-12. ↩︎
- Mary Helen Spooner, Soldiers in a Narrow Land: The Pinochet Regime in Chile (University of California Press 1999) p. 40-44, 50-54. ↩︎
- Vincent Bevins, The Jakarta Method: Washington’s Anticommunist Crusade and the Mass Murder Program that Shaped Our World (PublicAffairs 2020) hfst. 9. ↩︎